Verplaatsing schilderij inbreuk?

06-11-08

IEPT20081030, Rb Maastricht, Portret Gouverneur Limburg

05-11-2008

AUTEURSRECHT

 

Geen contractuele afspraak over locatie schilderij
• een tussen partijen gemaakte afspraak omtrent de bestemming van het portret, kan op basis van het voorgaande niet zonder nader onderzoek naar feiten en omstandigheden aannemelijk worden geacht.
Tussen partijen is in confesso dat er (bij de opdrachtverlening) niet schriftelijk is vastgelegd dat de gemeente zich heeft verplicht het schilderij op bedoelde locatie te hangen. Alsdan komt het aan op de vraag of partijen terzake mondelinge afspraken hebben gemaakt, welke vraag [Eiser] bevestigend, en de provincie ontkennend, beantwoordt. Voor beide visies zijn aanwijzingen te vinden. Een aanwijzing voor de juistheid van de visie van [Eiser], is te lezen in de brief waarin de provincie opdracht aan [Eiser] verleent tot het schilderen van het portret:  "Te zijner tijd pleeg ik graag overleg over de lijst van het portret, die gelijk zal moeten worden aan de lijsten van de reeds aanwezige doeken".  Ook een krantenartikel uit de Limburger en het Limburgs Dagblad van kort na mei 1991, biedt aanwijzingen. Aldaar wordt het college van Gedeputeerde Staten geciteerd voor wat betreft hun keuze voor [Eiser] : "omdat diens naturalistische werk past in de reeks van al hangende portretten". Een aanwijzing voor de juistheid van de visie van de provincie, is te lezen in de op schrift gestelde toespraak van 17 mei 1991:  "We hebben even getwijfeld waar we het schilderij zouden hangen." Volgens [Eiser] dient laatste zin slechts als een kwinkslag richting [gouverneur Kremers] te worden beschouwd. Hoe dit ook zij, een tussen partijen gemaakte afspraak omtrent de bestemming van het portret, kan op basis van het voorgaande niet zonder nader onderzoek naar feiten en omstandigheden aannemelijk worden geacht.
Reeds gelet hierop kan het gevorderde niet worden toegewezen op basis van de eerste grondslag, te weten een contractuele aanspraak. Dat het volgens [Eiser] al voorafgaande aan de opdracht duidelijk was dat het schilderij bestemd was voor de Galerij der Gouverneurs, is door de provincie betwist, en daarmee zonder nader onderzoek eveneens niet aannemelijk, nog daargelaten de vraag of het louter duidelijk zijn van een bestemming voor een portret, maakt dat de schilder een dergelijke locatie kan "afdwingen" zonder dat aan die bestemming een uitdrukkelijke overeenkomst ten grondslag ligt.
• Doch zelfs als partijen wél zouden hebben afgesproken dat het schilderij in de Galerij der Gouverneurs moest komen te hangen, rijst de vraag of dit dan ook zonder meer betekent dat het schilderij aldaar onder alle omstandigheden tot in lengte van dagen zou moeten blíjven hangen.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit in het onderhavige geval niet het geval is, mede gelet op het hierna onder 3.3 overwogene.

 

Geen aantasting eer en goede naam door verplaatsing naar prominente locatie
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zou een verplaatsing van een schilderij onder omstandigheden een aantasting als bedoeld in artikel 25 Aw kunnen opleveren, doch is dit in casu niet het geval. [Eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat door de verplaatsing, zijn eer en goede naam zou kunnen worden aangetast.
Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat het schilderij niet is verplaatst naar bijvoorbeeld "de kolenkelder", doch naar de centrale hal van het Gouvernementsgebouw, alwaar het bij de ingang van die hal is tentoongesteld tegenover de geplaatste gedenksteen ter gelegenheid van de eerste-steenlegging door [Naam gouverneur]. Als onbetwist staat vast dat dit een prominente plek is die bezoekers bij zowel het binnengaan als bij het verlaten van het Gouvernementsgebouw passeren. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter nog dat de facto onduidelijk is welk belang [Eiser] nu eigenlijk heeft bij zijn vordering onder 1, gelet op het feit dat als onweersproken vast staat dat het schilderij in de hal een veel grotere toegang heeft tot het publiek dan toen het nog in de Galerij hing. Anders gezegd: in de centrale hal komen meer bezoekers dan in de Galerij. Het ligt toch in de rede dat het de wens van een schilder is om zijn werken aan een zo groot mogelijk publiek te tonen. Dat [Eiser] meent dat de historische balans van de portrettenreeks verdwenen is met het vervangen van het door hem geschilderde portret door een portret dat in 2008 is vervaardigd, moge wellicht juist zijn, doch als uitgangspunt heeft te gelden dat, bij gebrek aan (aannemelijkheid van) een afspraak over waar een schilderij moet komen te hangen, het de eigenaar van een portret is die mag bepalen waar hij een portret ophangt. Bovendien is onduidelijk hoe [Eiser] wordt benadeeld door het verdwijnen van de "historische integriteit van de portrettenreeks".

 

IEPT20081030, Rb Maastricht, Portret Gouverneur Limburg


 


Vrijblijvend advies? Stel ons een vraag...

U kunt gemakkelijk en vrijblijvend contact met ons opnemen. Wij streven ernaar om uw bericht zo snel mogelijk te behandelen. De velden gemarkeerd met een * zijn verplicht.

  1. Naam *

  2. Telefoon

  3. E-mail *

  4. Uw vraag verzoek of opmerking *