Nationaal Historisch Museum krijgt twee directeuren

29-09-08

De bouw en inrichting van het Nationaal Historisch Museum gaat geleid worden door twee directeuren. Erik Schilp wordt algemeen directeur en Valentijn Byvanck inhoudelijk directeur. Ze zijn aangesteld tot aan de voltooiing van het museum. Dan wordt er opnieuw een directeur geworven.

Atzo Nicolaï, het VVD-Kamerlid en voorzitter van de Raad van Toezicht van het museum maakte vanmiddag de benoemingen bekend voor dit volgens minister Plasterk „prestigieus en politiek gevoelig project". Het tweetal komt van regionale musea. Schilp (1967) is nu directeur van het Zuiderzee Museum in Enkhuizen en Valentijn Byvanck (1964) van het Zeeuws Museum in Middelburg.

Uit hun tijdelijke aanstelling spreekt geen gebrek aan vertrouwen, zegt Nicolaï. „Voor het figuurlijk bouwen, het ontwikkelen van een concept en het aangaan van contacten met onderwijs, sponsors en media, zijn andere kwaliteiten nodig dan voor het runnen van een museum. Na voltooiing zijn er minder directeuren nodig. Dan stellen we één iemand aan de leiding." Plasterk: „Het is niet zo dat ze ontslagen worden als de bouw klaar is." Het nieuwe duo gaat niet het bouwen zelf leiden. Daar wordt nog een bouwdirecteur voor aangetrokken.

Schilp en Byvanck zijn gekozen omdat ze traditionele, bedaagde musea hebben weten om te toveren tot eigentijdse plekken, met spannende tentoonstellingen, aldus de minister. Bij debatten in de Kamer gebruikte Plasterk de vernieuwing bij het Zuiderzee Museum al enkele keren als voorbeeld van geslaagd cultureel ondernemerschap. Het museum trekt sinds het aantreden van Schilp drie jaar geleden veel meer bezoekers en verveelvoudigde zijn inkomsten uit sponsors. Plasterk: „Een creatieve vent."

Valentijn Byvanck verzorgde eerder de herinrichting van het Zeeuws Museum na een jarenlange verbouwing. „Hij is de denker, de visionair", aldus Nicolaï. „Hij heeft in het Zeeuws Museum een revolutie ontketend, waardoor het zowel de trots van de Zeeuw is als een spectaculair museum."

Volgens Nicolaï hebben beide directeuren een uitgesproken mening over hoe geschiedenis moet worden gepresenteerd. Als voorbeeld van hun „verrassende en tegendraadse werkwijze" noemt hij een filmpje waarin een in klederdracht gekleed stel zich langzaam uitkleedt. „Dan zie je hoeveel lagen die kleding heeft en wat er bij komt kijken om het aan te krijgen. Dat is wat anders dan poppen van stro met kleren aan." Het filmpje, Strip Show 1850 veroorzaakte enige ophef toen de lokale SGP klaagde over „ongepast naakt".

De benoeming komt op een moment dat betrokkenen zich begonnen te roeren over een gebrek aan voortgang bij het project. Dat het museum in 2011 open gaat, zoals de planning is, geloven Plasterk en Nicolaï niet. Plasterk: „Dat is misschien iets te optimistisch. Maar er moet wel snel iets zichtbaar worden op die plek." Nicolaï: „Dat er iets goeds komt, is belangrijker dan dat het museum er op tijd is. Er staat gemiddeld negen jaar voor de bouw van zo'n museum. Het in drie jaar doen is nog nooit vertoond." Een nieuwe schatting van de benodigde bouwtijd zal volgende maand worden gemaakt.

De directeuren hebben de vrije hand om het museum in te richten, maar moeten zich houden aan de randvoorwaarden die de minister met de Kamer in 2006 heeft vastgesteld. Dat betekent dat de vorig jaar opgestelde canon van de Nederlandse geschiedenis, met vijftig vensters, het uitgangspunt vormt. Het museum zal geen collectie aankopen, maar objecten in bruikleen nemen. Schilp liet zich, als directeur van het Zuiderzee Museum, vorig jaar nog sceptisch uit over bruiklenen aan het Nationaal Historisch Museum.

Voor de zomer presenteren Schilp en Byvanck een inhoudelijk concept voor het museum.

Vrijblijvend advies? Stel ons een vraag...

U kunt gemakkelijk en vrijblijvend contact met ons opnemen. Wij streven ernaar om uw bericht zo snel mogelijk te behandelen. De velden gemarkeerd met een * zijn verplicht.

  1. Naam *

  2. Telefoon

  3. E-mail *

  4. Uw vraag verzoek of opmerking *