Uitvoerend kunstenaars zoals musici en acteurs hebben, vaak, geen auteursrecht. Zij kunnen van dat recht dus niet profiteren om het resultaat van hun herscheppende creatieve inspanning te verzilveren. De behoefte daaraan nam toe met het toenemen van de van de technische mogelijkheden tot exploitatie van de creatieve prestaties van met name musici. Zij lijden schade ten gevolge van de piraterij maar ook de producenten van geluid- en video-opnamen. Om die reden is in 1993 een aparte wet in werking getreden: de Wet op de Naburige Rechten. Uitvoerend kunstenaars hebben nu het uitsluitend recht om toestemming te verlenen tot het opnemen van een uitvoering, het reproduceren van een opname van een uitvoering en het in het verkeer brengen of uitzenden daarvan.
Producenten, waaronder ook filmproducenten, hebben het uitsluitend recht met betrekking tot de reproductie, distributie en uitzending van door hen voor de eerste maal vervaardigde fonogrammen en filmwerken.
Omroeporganisaties genieten uitsluitende rechten met betrekking tot heruitzending, opname, reproductie en distributie van hun radio- en televisieprogramma’s.
Naburige rechten ontstaan van rechtswege door het uitvoeren van een werk van letterkunde of kunst. Er geldt, evenals in het auteursrecht, dus geen registratievereiste. Na verloop van 50 jaren vervallen naburige rechten.