Informatie- en mediarecht

Uitingsvrijheid en mediarecht

Vrijheid van meningsuiting, privacy en auteursrecht zijn de belangrijkste ingrediënten die in de informatievoorziening zorgen voor een onvermijdelijk spanningsveld. De regels van het mediarecht vormen daarbij een noodzakelijke aanvulling. De overgang van de oude naar de nieuwe media zorgt daarbij voor nieuwe ontwikkelingen, waardoor de oude regels in een nieuw perspectief komen te staan. Informatierecht vormt samen met auteursrecht een voor de hand liggende combinatie. Ook het portretrecht speelt in het informatierecht meer dan eens een rol van betekenis.

 

In de huidige informatiesamenleving gelden enkele fundamentele rechten. Die rechten hebben voor een belangrijk deel te maken met de uitingsvrijheid, die op zijn beurt gebaseerd is op een democratische samenleving. Censuur is in zo’n samenleving taboe. De vrijheid van meningsuiting staat hoog in het vaandel. Dat recht is ook geformuleerd in het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).(  ) Als grondrecht regelt het onder meer de toegang tot de communicatiemiddelen die in de Mediawet geregeld zijn en bevat het een stelsel van toegangs- en organisatievoorschriften.

Ongeoorloofde uitingen

Er is vrijheid van meningsuiting, maar dat wil niet zeggen dat iedere uiting is geoorloofd. Er zijn ongeoorloofde uitingen volgens de wet, die met name door het strafrecht worden gedicteerd, de zogenaamde uitingsdelicten, zoals belediging, smaad en laster. Ongeoorloofd zijn ook uitingen die iemands eer en goede naam en diens persoonlijke levensfeer aantasten. Dergelijke uitingen kunnen onrechtmatig zijn.

 

Ook kunnen de bepalingen in de Auteurswet met betrekking tot het portretrecht een uiting ‘ongeoorloofd’ maken. Een telkens terugkerende toetsing daarbij is artikel 10 lid 2 van het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens. De vragen die daarbij stelselmatig naar voren komen zijn: is er sprake van een in de wet voorziene beperking van de vrijheid van meningsuiting, is de beperking in een democratische samenleving ter bescherming van een specifiek belang wel noodzakelijk en is de beperking evenredig aan het te beschermen belang.

Zorgvuldigheid en privacy

Bij dat alles speelt – als het om persuitingen gaat – ook de vraag of de pers heeft beantwoord aan de hoge eisen van zorgvuldigheid die aan haar kunnen worden gesteld. De beoordeling daarvan is weer sterk afhankelijk van de feitelijke omstandigheden, zowel die met betrekking tot de persoon om wiens privacy het gaat, als met betrekking tot de vraag of bijvoorbeeld de persinformatie wel juist en volledig is.

 

Vrijblijvend advies? Stel ons een vraag...

U kunt gemakkelijk en vrijblijvend contact met ons opnemen. Wij streven ernaar om uw bericht zo snel mogelijk te behandelen. De velden gemarkeerd met een * zijn verplicht.

  1. Naam *

  2. Telefoon

  3. E-mail *

  4. Uw vraag verzoek of opmerking *