“Er wordt in Noord Holland sinds jaar en dag enorm gekeesd”

Twee heren hadden dit Keezenspel bedacht en het spel als Keesbord op de markt gebracht. Een van de heren (B) stapt uit de business en gaat er met een derde heer mee van door. De andere partner (A) start enige tijd later een eigen onderneming en brengt onder een wat afwijkende naam een nagenoeg gelijk keesbord (nu Keesboard geheten) op de markt. Er verheft zich een auteursrechtconflict dat in feite een ordinaire strijd was om de verdeling van de winst van wat aanvankelijk het gezamenlijke product van A en B was. B vraagt de rechter om een voorlopige (ex parte) voorziening waarbij A wordt geboden de verdere verhandeling van zijn Keesboard te staken. De rechter verleent die voorlopige voorziening, maar A krijgt en neemt de mogelijkheid zich daartegen te verweren en herziening te vragen. De kwestie spitst zich toe op de vraag of er sprake is van inbreuk op het auteursrecht op het Keesbord. De rechter concludeert, dat zowel de spelregels als de uiterlijke verschijningsvorm van het keesspel zo’n grote gelijkenis vertonen met het oudere Zwitserse ‘dogspiel’, dat Keezbord het voor het auteursrecht vereiste ‘oorspronkelijk karakter’ en het ‘persoonlijk stempel van de maker’ ontbeert. De rechter herziet zijn beslissing en B krijgt nul op het rekest. Daar zal B niet van hebben opgekeken, want ook zijn advocaat had tijdens de behandeling van de zaak immers gezegd dat het keesspel in Noord Holland alom bekend was en dat daar heel veel werd gekeesd. Overigens had de zaak nog best een kans gehad als de zaak voor de Rechtbank in Den Haag was gebracht en het oordeel mede gebaseerd had kunnen worden op het Europese modelrecht. A en B hadden het spel als gemeenschapsmodel gedeponeerd en B had zijn vordering mede daarop gebaseerd, maar de Haarlemse rechter was niet bevoegd dat aspect in zijn oordeel te betrekken.