Wet griffierechten in burgerlijke zaken

Deze nieuwe wet brengt mee dat er minder verschillende tarieven zullen zijn dan voorheen en dat er een vast laag tarief is voor on- en minvermogenden. Gevolg is wel dat procedures duurder en ontoegankelijker worden, voor zowel de particulier als de ondernemer. Met name procederen bij de kantonrechter wordt duurder. De wet kent voor de sector kanton twee categorieën vorderingen aan de hand waarvan het griffierecht berekend wordt in plaats van de hiervoor geldende oplopende staffel met zes verschillende categorieën. Deze twee groepen zijn vorderingen met een geldelijk belang tot € 500 en vorderingen met een geldelijk belang van € 501 tot € 5.000. Dat betekent dat voor relatief lagere vorderingen die wel meer dan € 500 bedragen, het griffierecht veel duurder uitvalt.

Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen rechtspersonen, natuurlijke personen en on- en minvermogenden. De wetgever is kennelijk uitgegaan van de gedachte van het motto "de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten", want rechtspersonen betalen nu de meeste griffierechten.

Een andere belangrijke wijziging met betrekking tot de heffing van griffierechten is dat niet-betaling nu ook kan leiden tot niet-ontvankelijkheid. Dat betekent dat voordat de procedure überhaupt begonnen is, de rechter kan besluiten de zaak niet in behandeling te nemen als het griffierecht niet is betaald door de eisende partij. Betaalt de gedaagde partij het griffierecht niet, dan kan hij veroordeeld worden in de kosten zonder dat hij inhoudelijk verweer heeft kunnen voeren.

Hier kunt u de nieuwe tarieven vinden.