Tijdelijke wetswijziging betreffende jongere werknemers

De wetgever heeft daarom met deze wetswijziging beoogd jongeren tijdens de huidige economische crisis langer aan het werk te houden. Door mogelijk te maken dat vaker en langer arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden aangegaan met een jongere werknemer, is de kans groter dat een werkgever het dienstverband met die werknemer continueert. De maatregel geldt in principe voor twee jaar en heeft tot doel (jeugd)werkloosheid te bestrijden.
De tijdelijke wet maakt het mogelijk om jongere werknemers (tot 27 jaar) vaker en langer een contract voor bepaalde tijd aan te bieden. De hoofdregel was dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd automatisch ontstaat na 36 maanden van opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd of bij een verlenging na het derde contract voor bepaalde tijd (artikel 7:668a lid 1 Burgerlijk Wetboek). Voor werknemers van 27 jaar en ouder geldt deze regel nog steeds. Sinds 9 juli 2010 is er echter een nieuw lid toegevoegd aan dit wetsartikel, waarin staat dat met werknemers tot 27 jaar maximaal vier contracten (en niet drie) voor bepaalde tijd kunnen worden gesloten dan wel opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd met een maximumduur van 48 (en niet 36) maanden. Worden het aantal van vier contracten of de maximumduur van 48 maanden overschreden, dan heeft de werknemer een contract voor onbepaalde tijd. Van deze regel kan overigens (nog steeds) bij CAO worden afgeweken. De Horeca CAO laat bijvoorbeeld zes contracten voor bepaalde tijd toe of een maximumduur voor contracten voor bepaalde tijd van 60 maanden.
Werknemers jonger dan 27 jaar die op het moment van inwerkingtreding van deze wet niet aan de “oude” voorwaarden voldoen voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vallen onder deze nieuwe regeling. Werknemers jonger dan 27 jaar die op het moment van inwerkingtreding van deze wet al een contract van onbepaalde tijd hebben doordat ze aan de “oude” voorwaarden voldoen, vallen er niet onder.
Feitelijk komt deze nieuwe regeling op het volgende neer. Een werkgever die met een werknemer (jonger dan 27 jaar) een contract aangaat voor bepaalde tijd, kan dit contract maximaal drie keer verlengen. De maximaal toegestane duur van de contracten voor bepaalde tijd met deze werknemer is 48 maanden. Krijgt deze werknemer een vijfde contract dan wel zijn er 48 maanden verstreken en is de werknemer nog steeds aan het werk, dan heeft hij van rechtswege een dienstverband van onbepaalde tijd gekregen.
Met deze wetswijziging heeft de wetgever de jeugdwerkloosheid verder willen bestrijden en willen voorkomen dat jongeren tijdens de recessie onnodig op straat komen te staan. Het is nu aantrekkelijker voor werkgevers om jongeren in dienst te houden, omdat dat langer mogelijk is zonder dat de werkgever aan zo’n werknemer vast zit. De tijdelijke maatregel geldt in principe tot 1 januari 2012. Als de economische recessie daarna nog aanhoudt, kan de regeling worden verlengd tot 1 januari 2014.