Drukke baan geen belemmering voor tijd met gezin

Alle ouders met een zware baan die fronsende opmerkingen van huismoeders- en vaders krijgen kunnen zich nu dus gerust laten stellen met de gedachte dat zij zeer goed – en nu bewezen – slagen in het combineren van werk en privé. Wouter Bos had (om die reden althans) helemaal niet hoeven aftreden.
Maar wat nu als je als werkende ouder toch meer tijd wilt doorbrengen met je gezin? Ons arbeidsrecht geeft daartoe goede mogelijkheden. De Wet Arbeid en Zorg, in werking getreden eind 2001, kent de werknemer een aantal wettelijke verlofrechten toe om er voor te zorgen dat die werknemer arbeid en privé zo goed mogelijk kan combineren.
Het recht op ouderschapsverlof is een van die rechten. Om een beroep te kunnen doen op dit recht, moet aan drie voorwaarden worden voldaan. Ten eerste moet de werknemer ouder van het kind zijn, dan wel een persoon die op hetzelfde adres als het kind woont en die duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen. Verder moet de werknemer ten minste één jaar in dienst zijn. Arbeidsovereenkomsten die elkaar opvolgen met een onderbreking van niet meer dan drie maanden worden voor de berekening van de eenjaarstermijn als een niet-onderbroken arbeidsovereenkomst beschouwd. Dit geldt ook bij zogenoemd opvolgend werkgeverschap. Indien in periodes voor verschillende werkgevers die redelijkerwijs worden geacht elkaars opvolger te zijn arbeid is verricht, worden die periodes bij elkaar opgeteld voor de berekening van de eenjaarstermijn. Tot slot mag het kind de leeftijd van acht jaar nog niet hebben bereikt.
Ouderschapsverlof duurt maximaal dertien keer het aantal arbeidsuren per week. Werkt een werknemer dus 40 uur, dan heeft hij of zij recht op 520 ouderschapsverlofuren. In beginsel is deze maximale termijn niet langer als het gaat om meer dan één kind ten aanzien waarvan op dezelfde datum aan alle voorwaarden is voldaan. Voor adoptie wordt daarop een uitzondering gemaakt.
Het verlof dient opgenomen te worden in een aaneengesloten periode van maximaal zes maanden. Het aantal uren verlof per week mag verder niet meer dan de helft van de arbeidsduur per week bedragen. De werknemer kan de werkgever echter verzoeken meer verlof uren op te mogen nemen of de periode uit te smeren over een langere tijd dan zes maanden. De werkgever moet dit verzoek accepteren, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet. De werkgever moet ook de gewenste spreiding van de uren accepteren tenzij hij kan aantonen dat er een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang is dat acceptatie in de weg staat.
Tot slot moet op grond van de Wet Arbeid en Zorg nog aan een aantal formele vereisten worden voldaan ten aanzien van bijvoorbeeld het tijdstip waarop het voornemen door de werknemer bekend moet worden gemaakt. Ouderschapsverlof is onbetaald verlof. De werkgever hoeft het loon dus niet door te betalen. Sommige CAO’s maken op deze regel echter een uitzondering door een gedeeltelijke aanspraak op loon aan de verlofopnemende werknemer toe te kennen.
Het verlofrecht is een nog niet afgerond deelgebied van het arbeidsrecht. Keer op keer duikt het als agendapunt in de politiek weer op en zijn er nieuwe plannen die werknemers meer flexibiliteit geven bij het combineren van de zorg- en werktaken. Misschien dat het proefschrift van mevrouw Roeters wel weer een discussie hierover doet oplaaien. Ik ga vooralsnog vrolijk verder met het (buiten werktijd natuurlijk) afleggen van kraamvisites en hard doorwerken. Helaas kan ik ten aanzien van mijn katten geen ouderschapsverlof opnemen.