De een zijn dood, de ander zijn brood?

Het restaurant moet de ouders van de overleden man een bedrag van € 725.000 betalen als schadevergoeding. In Japan schijnt dood door overwerk vaker voor te komen. Er bestaat zelfs een woord voor: karoshi.

 

Wie denkt dat dit een uitzonderingsgeval is, vergist zich. In Nederland blijken volgens de FNV 3000 mensen per jaar dood te gaan door hun werk. De belangrijkste oorzaak is werken met chemische stoffen en asbest. Op nummer twee volgt hart- en vaatziekten als gevolg van hoge werkdruk met per jaar 825 doden. Volgens het Nederlandse arbeidsrecht is de werkgever aansprakelijk voor de schade die een werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij aan de in de wet genoemde zorgplicht heeft voldaan. Deze zorgplicht houdt in dat de werkgever het werklokaal zo moet inrichten, maatregelen moet treffen en aanwijzingen moet geven die redelijkerwijs nodig zijn om schade te voorkomen.

 

Maar wat als de werknemer overlijdt door het werk? Een dood persoon lijdt geen schade. Bestaat in Nederland, net als in Japan, de mogelijkheid om als nabestaande schadevergoeding van de werkgever te vorderen? Ja, luidt het antwoord. Bepaalde nabestaanden kunnen vergoeding van de zogenoemde overlijdensschade vorderen van degene die het overlijden veroorzaakt heeft. Van belang is dus wel dat er sprake is van een veroorzaken van dat overlijden. Wanneer weet je echter zeker dat een hartstilstand te wijten is aan stress door overwerk als ook andere factoren daaraan kunnen bijdragen zoals een eetpatroon, roken of relatieproblemen? Gemakkelijker is het wellicht wanneer een werknemer bijvoorbeeld overlijdt doordat hij klem raakt in een fabrieksmachine en die machine niet goed beveiligd bleek te zijn. Maar simpel is het vaststellen van dat oorzakelijk verband niet.

Is de hobbel van aansprakelijkheid genomen, dan komt de overlijdensschade voor vergoeding in aanmerking.

 

Overlijdensschade is de schade die is ontstaan omdat de overleden persoon nu niet meer in staat is zijn nabestaande(n) te onderhouden of te verzorgen, dus financiële schade die voortkomt uit het wegvallen van het inkomen van de overledene. De hoogte van de schadevergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de financiële behoefte van de nabestaande(n), waarbij ook rekening wordt gehouden met bepaalde toekomstontwikkelingen. Het gaat hierbij dus om tastbare, zogenoemde materiële schade. De Nederlandse wet kent echter geen recht op smartengeld (immateriële schadevergoeding) bij overlijden. Het verdriet wordt dus niet vergoed.

 

Er zijn wel plannen om een wettelijke regeling voor vergoeding van deze affectieschade, maar wanneer deze plannen werkelijkheid worden is niet duidelijk.