Een en ander tenzij gewichtige redenen zich tegen afgifte verzetten. De vordering tot afgifte moet wel voldoende concreet zijn. zelfs indien een derde bij de rechtsbetrekking geen partij is kan in beginsel afgifte worden gevorderd indien de partij met wie de rechtsbetrekking bestaat het in haar macht heeft de derde tot afgifte te bewegen (Hof Amsterdam, NJF 2009/31).
Nu was ik zelf doende met de voorbereiding van een procedure in een geschil waarin ik getuigen wilde oproepen. Het betroffen (leidinggevende) werknemers van de potentiële gedaagde die konden verklaren over een door mij te bewijzen feit, namelijk dat wel degelijk sprake was van een agentuurovereenkomst en niet van een distributieovereenkomst, waarbij een andere rechtsbescherming geldt voor de agent, cliënt jegens de principaal/opdrachtgever. Ik had evenwel niet de beschikking over de volledige namen noch de woonplaats van de betreffende werknemers, zodat ik hen zonder nadere informatie niet kon oproepen als getuige. Ik las toen een uitspraak van de rechtbank Breda, NJF 2006/217. De rechtbank overwoog onder andere in een soortgelijk geval dat zij (met eiser) van mening was dat het verschaffen van (privé-)Adressen van de werknemers en ex-werknemers van gedaagde binnen de strekking van het hier behandelde wetsartikel valt. Het gaat aldus de rechtbank om informatie die betrekkelijk is op de rechtsbetrekking tussen de partijen (sterker nog de betreffende werknemers kunnen iets verklaren over de inhoud van die rechtsbetrekking). In het kader van de privacywetgeving (de wederpartij betoogte onder andere dat privacywetgeving zich tegen verstrekking van de gegevens zou verzetten) oordeelt de rechtbank dat de inbreuk op de persoonlijke levensfeer van de werknemers niet onevenredig is aan het doel van eiser, namelijk de waarheidsvinding in een juridische procedure. Daarnaast overweegt de rechtbank nog dat een behoorlijke rechstbedeling niet kan worden gewaarborgd zonder verschaffing van de gevraagde gegevens. Ik ga dus maar eens op exhibitie uit.