Er wordt een aantal redenen voor een breuk genoemd. Deze hebben vrijwel allen te maken met de wijze van communicatie door de rechterlijke macht naar buiten, waarbij (soms) een duidelijke (onafhankelijke) positionering ontbreekt, uitleg rondom een zaak te juridisch ook daar waar de media alom present is en publieke verwachtingen dienen te worden gekanaliseerd, zoals bijvoorbeeld in de Wilders-zaak. Op zichzelf genomen goede aandachtspunten. Zeker in tijden als deze waarin de samenleving zich toch al lijkt te vervreemden van de politiek en haar instituties. Een samenleving waarin Wildersachtigen een (politiek) debat kundig marginaliseren tot op angst en onwetendheid inspelende one-liners met alle (gewilde) politisering en inhoudsloos populisme tot gevolg. Kortom een maatschappij om trots op te zijn. Het CDA en VVD lijken ondertussen iets van dit jargon over te nemen.
Bij mijn bezoek aan het Museumcongres (Enschedé 7 & 8 oktober 2010) werd allengs duidelijk welke problemen deze sector gaat krijgen door de aangekondigde, Chavannes noemt het ‘rancuneuze’, bezuinigingen in deze sector. De directeur van de Nederlandse Museumvereniging, Siebe Weide, had een mooie beeldspraak. De teflonlaag bestaande uit de politieke intellectuele elite die de culturele sector tot voor kort bescherming bood is verdwenen, cultuur wordt nu vergeleken met een linkse-hobby of iets in die trant. Een op zichzelf treurige constatering, maar ik dwaal af.
Mijns inziens is het met het oog op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht nog maar de vraag of een rechter in een politieke- of een mediagenieke zaak anders zou moeten ageren, dan hij normaal gesproken ook doet. Misschien maakt die onafhankelijkheid het juist dat hij hierin (behoudens het gebruiken van zijn gezond verstand) geen al te grote concessies zou moeten doen. Het gedrag van die rechter moet dan (ik kan mij daar wel iets bij voorstellen) later door de persrechter op een goede manier worden gecommuniceerd. De rechter zou zich wat mij betreft dus in zijn gedrag en wijze van behandeling van de zaak juist niet moeten laten leiden door (zijn bewustheid van) de publieke aandacht die de betreffende zaak heeft. Juist omdat hij onafhankelijk is. Zou hij dat niet doen, dan zou dit in het uiterste geval het onwenselijke gevolg kunnen hebben dat de rechterlijke macht klassenjustitie kan worden aangewreven. Dit laatste gevaar bestaat ook indien de regels bijvoorbeeld aangaande wraking alleen al vanwege de media-aandacht zouden moeten worden opgerekt om uit angst voor de verdere afbrokkeling van de legitimiteit van de rechterlijke macht elke ‘schijn’ van partijdigheid al tegen te gaan. Dat lijkt me onzin en voor de publieke legitimiteit van een beslissing van een professionele wrakingskamer ook niet nodig. Tot slot. Democratisch gekozen politici, waaronder ook Wildersachtigen, mogen mijns inziens met hun gedrag en middels hun publieke uitlatingen de beginselen van onze democratie en die van de rechtstaat niet ondermijnen. Door zich in de hoedanigheid van parlementariër op een laatdunkende en afwijzende manier uit te laten over de rechter in kwestie, ondermijnt Wilders dat ambt en de rechtstaat als zodanig. Ik wist overigens niet dat D66’er een scheldwoord was, maar goed. Dat is van iemand in die positie toch gewoon onaanvaardbaar. Dus behoudens het formuleren van interne oplossingen die verbrokkeling van de legitimiteit van de rechterlijke macht tegen zouden moeten gaan zou er toch ook een antwoord moeten worden gevonden op het gedrag van politici, die openlijk afstand nemen van de innig met onze democratie verbonden instituties, zoals de onafhankelijke rechtspraak.
M. Schaper-Bruning - 15-11-2010
De spijker op z'n kop. Helemaal mee eens. "Wildersachtigen" vind ik trouwens een aanstekelijke vondst. Mvr.gr., Marianne Schaper.