Ik baseer dat slechts op een gevoel en op de afname van het aantal telefoontjes van mensen die op een of andere wijze hulp zoeken bij de afwikkeling van hun schulden.
Welnu, de betreffende persoon van een jaar of negentien gaf aan samen met zijn vader een bedrijf te hebben en daarin zaten schulden. Op mijn vraag of er dan een vennootschapscontract bestond, antwoordde hij mij dat het een eenmanszaak betrof op zijn naam, maar eigenlijk was het bedrijf van zijn vader. Nou, dat begon lekker. Er kondigden zich ook al wat procedures aan en uiteindelijk konden wij in dit geval niet veel meer voor hem doen dan afbetalingsregelingen treffen en de onderneming liquideren (voortprocederen en de vader in vrijwaring oproepen kon ook, maar daarvan werd gezien het aantal lopende procedures en de daaraan verbonden kosten afgezien).
Het voorgaande geval is een evident voorbeeld van misbruik en immoreel gedrag van vaders, maar de betreffende jongen was meerderjarig bij het aangaan van de schulden, dus alleen met dat argument zal je er niet komen.
Een ander voorbeeld betrof een geval waarin een persoon was toegetreden tot een bestaande vennootschap onder firma en gealarmeerd werd toen hij naast de betreffende personenvennootschap aansprakelijk werd gehouden voor de schulden. Het verweer dat de toetreder niet aansprakelijk is voor de schulden van de vennootschap onder firma van vóór de toetreding werd terecht gepaseerd, nu de betreffende persoon hier bij het aangaan van de vennootschappelijke samenwerking niets over had afgesproken en ter zake geen voorbehouden had gemaakt ( JOR, 7 maart 2010, 54).
Het devies is dus: laat je voorlichten voordat je in de onderneming van een ‘ander’ stapt.