Sociaal akkoord: schijnzekerheid voor flexwerkers

Donderdag was het er plotseling: het sociaal akkoord van werkgevers, werknemers en het kabinet. De WW-duurverkorting naar 24 maanden wordt uitgesteld tot 2016, de maximale ontslagvergoeding gaat naar 75 duizend euro en bedrijven hoeven niet minimaal 5 procent arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, zoals aanvankelijk in het Regeerakkoord stond.

 

Daarnaast willen de sociale partners de rechtspositie van flexwerkers verbeteren. Nulurencontracten worden sterk beperkt; de overheid gaat nog scherper in de gaten houden of zzp’ers niet een verkapt dienstverband hebben bij hun ‘klant’. En werkgevers mogen werknemers na drie jaarcontracten niet eventjes (drie maanden) in de WW parkeren, waarna ze hun opnieuw drie maal achtereen een jaarcontract aanbieden.

 

In het sociaal akkoord wordt deze praktijk aangepakt. De sociale partners willen dat de periode van minimaal drie maanden ww na drie jaarcontracten wordt verlengd tot minimaal zes maanden. De gedachte is dat een werkgever dan eerder geneigd is om de medewerker na drie jaarcontracten in vaste dienst te nemen, omdat hij hem anders te lang kwijt is.

 

Maar die gedachte is naïef. Zes maanden een werknemer kwijt: dat is inderdaad te lang, dat hebben de sociale partners goed gezien. Maar zolang de crisis voortwoekert en de versoepeling van het ontslagrecht is uitgesteld, zullen de meeste werkgevers er niet over peinzen de flexwerker dan maar in dienst te nemen.

 

In plaats daarvan zullen werkgevers na drie jaarcontracten straks definitief afscheid nemen van de tijdelijke werknemer. Ze gaan op zoek naar een nieuwe kracht, ook weer voor drie maal een jaarcontract. Hun voormalige werknemer zit met de ellende: hij zit straks niet drie maanden in de ww, ook niet zes maanden, maar vermoedelijk zelfs veel langer.

 

Max van Til is partner bij Croon Davidovich