Wetsvoorstel nieuw auteurscontractenrecht

Het wetsvoorstel heeft positieve en minder positieve kanten. Kerndoel van het voorstel, dat onder meer bepaalt dat de overdracht van auteursrecht wordt vervangen door een licentie voor 5 jaar,  lijkt om de zwakkere auteur in bescherming te nemen tegen de sterkere uitgever. Dat klinkt plausibel, maar er zitten grote nadelen aan, niet in de laatste plaats omdat – zoals het artikel in Boekblad ook aangeeft – de bekende auteurs zullen profiteren en de zwakkere auteurs de nadelen ervan zullen ondervinden. Precies het tegenovergestelde dus van wat het wetsvoorstel beoogt. Uitgevers worden kwetsbaarder en zullen minder geneigd zijn risico te nemen. En de minder bekende auteur brengt nu eenmaal meer risico met zich mee. De maximale exploitatieduur van 5 jaar kan alleen worden doorbroken door collectieve contracten tussen uitgevers of zijn brancheorganisatie met auteursorganisaties. Het heeft er alle schijn van dat de regeling dat ook beoogt te stimuleren. Maar uitgevers die daar geen oren naar hebben zullen de mindere auteur ofwel passeren ofwel afschepen met slechtere condities dan nu het geval is. En of de bekende auteur, die niet wil ‘meedraaien’ in een collectief contract, echt beter af is is ook nog maar de vraag. Een licentie van slechts 5 jaar brengt de uitgever in onzekerheid over de exploitatie op langere termijn waarbij de bijbehorende exploitatie van nevenrechten aan zijn neus voorbij kan gaan. Wil de uitgever daarin nog wel voluit investeren? Neemt hij dat risico dan zal dat ten koste gaan van zijn financiële positie met alle negatieve gevolgen van dien. Dat raakt indirect ook de minder bekende auteur die letterlijk het kind van de rekening van de uitgever wordt. Uitgevers en auteurs worden van een nieuwe wet op basis van dit voorstel niet gelukkiger. En uiteindelijk zal ook de consument daar alleen maar nadeel van ondervinden in de vorm van hogere boekenprijzen en minder aanbod.