Stijlnabootsing

door: Kees Berendsen

 

Is het schilderij hier rechts boven een ontoelaatbare kopie van het schilderij links daarvan? Iedereen kent ze wel: die schilderijtjes van veel etende en drinkende mensen met ronde gezichten en hongerende mondjes die zo te zien nodig gevoed en gelaafd dienen te worden. De figuurtjes lijken vaak ook een luid gebral voort te brengen als uiting van de overmatige vreugde die hen ten deel valt. Ik beschrijf het beeld zo uitvoerig, omdat dat essentieel is voor de auteursrechtelijke beoordeling van de voorliggende vraag. Die vraag is of het ene werk een ontoelaatbare kopie is van het andere of dat alleen het onderwerp en de stijl teveel met elkaar overeenkomen. Het is een zaak die jaren geleden in eerste instantie aan ons werd voorgelegd. Kunstenaar A werd beticht van inbreuk op het auteursrecht van iemand die meende het auteursrecht te bezitten (kunstenares B). De zaak betrof deels werken van A waarvan je inderdaad kon zeggen dat die wel enige gelijkenis vertoonde met bepaalde werken van B, maar het merendeel bestond uit werken waarvan je alleen zou kunnen zeggen dat het onderwerp en de wijze van het weergeven van het onderwerp van de plaatjes met elkaar overeen kwamen. In eerste instantie – bij de rechtbank – wonnen we de zaak op het punt van de zaak voor zover deze de gelijkenis van het onderwerp betrof. In hoger beroep – bij het gerechtshof – ging het hier mis. Het Hof zei ten aanzien van de werken die alleen wat betreft stijl en onderwerp overeen kwamen met de werken van de ander, dat "A tekort geschoten was in zijn verplichting om bij het nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig was om te voorkomen dat door de gelijkheid van de schilderijen gevaar voor verwarring kon ontstaan". Het Hof veroordeelde daarmee de stijlnabootsing waaraan A zich zou hebben schuldig gemaakt. De Hoge Raad riep het Hof tot de orde. Het zei in een recente uitspraak van 29 maart jl. dat de Auteurswet geen exclusief recht geeft aan degene die volgens een – hem kenmerkende stijl – werkt. Iets abstracts als een stijl mag je niet beschermen, zegt de Hoge Raad. Doe je dat wel dan leidt dat tot een ontoelaatbare beperking van de vrijheid van de creatie van de maker en een rem op culturele ontwikkelingen. Stijlnabootsing is daarmee dus nog steeds niet ongeoorloofd. Kunstenaar A mag gelukkig zijn werk voortzetten en dat is maar goed ook, het is zijn broodwinning. Hij moet alleen oppassen dat hij niet te dicht bij bepaalde concrete werken van een ander komt, want dan heeft hij wel degelijk een probleem. Een les voor alle creatieven luidt dat je meer mag dan je misschien denkt. Je mag je laten inspireren door het werk van een ander en in dezelfde geest eigen werken maken. Maar je mag niet letterlijk werken van een ander kopiëren of een beetje bewerken. Maar dat is eigenlijk ook logisch.