Red Bull verliest merkzaak van Osborne

Maakt Osborne door blikjes energiedrank te produceren en verhandelen inbreuk op het merkrecht van Red Bull op haar energiedrankjes? Kijk naar de plaatjes en je ziet dat de overeenkomende elementen in beide merken de gearceerde afbeelding is van een stier en het woordbegrip van een stier, namelijk Bull bij Red Bull en Toro bij Osborne. Dat dat geen eenvoudige vraag was blijkt al uit het feit dat de betrokken partijen alle procesinstanties hebben doorlopen tot en met de Hoge Raad.

 

Misbruik van reputatie Red Bull?

Het Gerechtshof had de inbreukvordering van Red Bull afgewezen onder meer omdat zij vond dat Osborne geen ongerechtvaardigd voordeel trok uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van de Red Bull merken. Het Hof ging er daarbij van uit dat Red Bull een bekend merk was. Het Gerechtshof vond dat Osborne voldoende had bewezen dat het niet haar bedoeling was aan te haken bij de merken van Red Bull en dat zij er uitsluitend op uit was haar merk te gebruiken in lijn met haar eigen geschiedenis als haar eigen merk en niets meer dan dat. Red Bull was het daar niet mee eens en is van het arrest in cassatie gegaan bij de Hoge Raad.

 

Standpunten van Red Bull

Red Bull zegt dat het zo moge zijn dat Osborne die intentie niet had, maar dat Osborne tegelijkertijd ook de intentie kan hebben gehad om in het kielzog van het bekende merk Red Bull te varen. Het een sluit het ander niet uit, zegt Red Bull. Het Gerechtshof had die overweging (van een gelijktijdig goed- en kwaadwillend gebruik), vond zij, bij haar oordeel moeten betrekken. Zij stelt zich op grond van Europese rechtspraak bovendien op het standpunt, dat zij als merkhouder die (welwillende) intentie (van Osborne) niet hoeft te bewijzen en dat het kielzogvaren niet hoeft voort te vloeien uit door Red Bull naar voren te brengen omstandigheden.

 

De maatstaven van het Gerechtshof

Was het oordeel van het Gerechthof volgens de Hoge Raad.juist? Bij die vraag gaat het dan niet over onjuistheid met betrekking tot de feiten die onderwerp van het geschil waren maar alleen over de vraag of het Gerechtshof op juridische gronden niet tot haar oordeel heeft kunnen komen en daarbij dus een juridisch onjuiste redenering heeft gevolgd of onjuiste maatstaven heeft aangelegd.

 

Juiste afweging van feiten en omstandigheden

De Hoge Raad staat aan de zijde van het Hof. Het zegt, dat het oordeel van het Hof niet uitsluit dat Osborne mede de intentie zou kunnen hebben gehad om in het kielzog van Red Bull te varen. Het heeft ook niet gezegd dat Red Bull als merkhouder die intentie van Osborne moest bewijzen. Het Gerechtshof  heeft dat volgens de Hoge Raad allemaal dus niet over het hoofd gezien. Het bracht eenvoudig de aanwijzingen naar voren die pleiten voor een andere intentie dan de (kwaadwillende) intentie die Osborne volgens Red Bull zou hebben gehad en het heeft de door Red Bull daar tegenin gebrachte omstandigheden voldoende onderzocht.

 

Beeldmerk Osborne onaangetast

Al bij al was het niet onjuist om daaruit de conclusie te trekken dat Osborne geen bedoeling had om ongerechtvaardigd voordeel te trekken van het merk van Red Bull. De opvatting van het Hof kon daarom overeind blijven. Osborne mag haar eigen beeldmerk blijven gebruiken, zolang zich niet alsnog feiten en omstandigheden aandienen waarvan Red Bull meent dat Osborne toch onrechtmatig van haar merk profiteert.