Inbreuk op handelsnaam en merk?

door: Kees Berendsen

 

Twee ICT bedrijven KLICT en QLICT vliegen elkaar in de haren om hun handelsnamen en merk. KLICT, net wat ouder dan zijn concurrent QLICT, vordert in kort geding dat CLICT het gebruik van zijn gelijknamige handelsnaam en merk staakt. Handelsnaam en merk verschillen slechts een letter, beide ondernemingen 'doen iets' met ICT (die letters staan nota bene ook nog in hun namen) en beide ondernemingen opereren via internet in Nederland. Zo op het eerste gezicht lijkt voldaan te zijn aan alle voorwaarden die de Handelsnaamwet en de Merkenwet stellen. Alles wijst erop dat het een gelopen race is voor KLICT. Toch pakt het anders uit. QLICT stelt dat beide handelsnamen (dus ook die van haarzelf) onvoldoende 'onderscheidend' zijn. Daarom zou er volgens haar geen sprake zijn van bescherming van het merk. Voor beide bedrijven geldt verder dat hun handelsnaam beiden eindigen op de drie letters ICT en die letters tezamen, zegt QLICT, beschrijven eenvoudig datgene wat die bedrijven doen. Daardoor missen ze bescherming. De rechter gaat daarin niet mee, hij volgt dus niet de 'snijplank-analyse' van QLICT maar kijkt naar de 'totaalindruk' van beide handelsnamen. Daarbij speelt niet alleen de vraag of namen visueel op elkaar lijken maar ook of dat het geval is als je de namen uitspreekt. KLICT wordt uitgesproken als KLIKT en QLICT wordt uitgesproken als ku-el-ie-see-tee. Geheel verschillend dus. Maar ook al zou dat niet zo zijn en ook al zouden beide ondernemingen door (potentiele) klanten als 'klikt' worden uitgesproken dan nog moet je vaststellen - en de rechter doet dat - dat dat een term is die in de ICT branche heel gebruikelijk is en ook om die reden weinig onderscheidend is voor een bedrijf dat in die branche werkzaam is. De andere 'hamvraag' in deze casus is of er sprake is van mogelijke verwarring tussen beide bedrijven? De rechter overweegt in dat verband dat het publiek in deze branche bestaat uit professionele partijen, die zich bewegen op een behoorlijk transparante markt. Die partijen zijn bovengemiddeld geinformeerd en er zal daardoor niet snel sprake zijn van structurele verwarring. Tenslotte overweegt de rechter ook nog dat er sprake is van een verschillend publiek. QLICT richt zich anders dan KLICT op de didactische vorming en ondersteuning van leraren in het basisonderwijs voor het gebruik van nieuwe ICT methoden. Kortom er is geen sprake van inbreuk op de handelsnaam van KLICT. Voor de vraag of er sprake is van inbreuk op het merkenrecht van KLICT gelden soortgelijke overwegingen waardoor ook daar het doek voor KLICT valt. Conclusie is dat een beschuldiging van inbreuk op een handelsnaam van een ander soms heel goed onderuit gehaald kan worden met behulp van de resultaten van een zorgvuldige analyse van de feitelijke situatie.