Een onrechtmatige kermisattractie

Ooit van een coinpusher gehoord? Of van een muntschuifspeelmachine? Het zijn apparaatjes die nog steeds populair zijn op kermissen. Ze zijn rondom voorzien van glasplaten waarboven openingen zijn waar je munten in kunt gooien. Aan de onderzijde van de glasplaten zijn openingen waarin uitgekeerde penningen en coupons vallen. De apparaten zijn altijd voorzien van aandachttrekkende afbeeldingen en teksten. Ze hebben ook een 'hoed'. Die staat op een aantal peilers die op het onderste deel van het apparaat staan. In de open ruimte tussen het apparaat en de hoed is verlichting aangebracht.

 

Onrechtmatige nabootsing?

Is iets populair, dan valt er geld mee te verdienen en valt ergens geldt mee te verdienen, dan ligt namaak op de loer. Het Belgische bedrijf VdW brengt onder de naam Fun City een coinpusher op de markt. De namaker is KMG die met de Treasure Island komt. VdW pikt het niet en bestookt KMG met een procedure stellende dat KMG inbreuk maakt op haar auteursrecht en - als dat niet zou lukken - in elk geval onrechtmatig jegens haar handelt door de Fun City precies na te maken. De zaak is (tot dusver) in twee instanties gevoerd en het Gerechtshof deed op 27 augustus uitspraak.

 

Technische bepaaldheid van de vorm

Het Gerechtshof behandelde inhoudelijk alleen de vraag of het namaken van de coinpusher op andere gronden dan het auteursrecht onrechtmatig was. Daarvoor moesten een aantal stations worden gepasseerd. KMG stelde allereerst dat het uiterlijk van de Fun City vooral was bepaald door de techniek en de functionaliteit. Als dat zo is, kan er volgens haar geen sprake zijn van slaafse nabootsing. Het Gerechtshof veegde dat argument van tafel. Juist dit soort voorwerpen waarvan de vorm voor een belangrijk deel wordt bepaald door de techniek en die daarom de bescherming van het auteursrecht missen, moeten als ze worden nagemaakt, toch kunnen worden beschermd en wel door het algemene rechtsbeginsel van de onrechtmatige daad. Dat blijkt ook zonneklaar uit de rechtspraak van de Hoge Raad waar tal van technische producten passeren zoals kleerhangers, raamuitzetters, legosteentjes, stapelschalen e.d. Maar er moet dan wel sprake zijn van bijzondere omstandigheden.

 

Onderscheidend uiterlijk

Het publiek moet de beide producten met elkaar kunnen verwarren. En degene die namaakt moet alles hebben gedaan wat redelijkerwijs mogelijk is om zijn product er anders uit te laten zien dan het andere product. Hij hoeft daarbij niet zover te gaan dat zijn product daardoor niet meer goed zou functioneren. Voorwaarde voor een geslaagde actie is ook, dat het nagebootste product een zeker onderscheidend vermogen heeft. Het moet een eigen plaats in de markt hebben. En bij dat laatste gaat het alleen om de uiterlijke verschijningsvorm, niet om bij voorbeeld het marktaandeel. En ja, zegt het Hof, de Fun City heeft in deze zin 'onderscheidend vermogen'. Haar uiterlijke verschijningsvorm blijkt namelijk af te wijken van de rest van de coinpushermarkt. In de procedure kwamen met name twee andere apparaten naar voren de CircusCircus en de Rock 'n Roll, die er op een aantal cruciale punten duidelijk anders uitzagen. Bingo dus tot zover voor de Fun City van VdW.

 

Geen noodzaak voor gelijkheid

Had KMG een andere weg kunnen inslaan bij het maken van haar coinpusher? Kon zij deze een ander uiterlijk geven waardoor geen verwarring zou kunnen ontstaan zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van haar product? Ook daar was de rechter snel mee klaar. KMG zelf had gezegd dat er geen noodzaak was om de vormgevingselementen van de Fun City over te nemen.

 

Kans op verwarring

Laatste station: was er vanwege het totale uiterlijk van beide coinpushers gevaar voor verwarring bij kermisexploitanten? Beide producten zijn qua vormgeving nagenoeg identiek. Een kermisexploitatnt zou kunnen denken dat de Treasury Island een nieuwe uitvoering is van de Fun City, zei de rechter terecht. Dat er andere logo's op de producten zten doe daaraan niet af.

Botsende rechten op de kermis, een nieuwe attractie?