De sfeer van de Hema

door: Kees Berendsen

 

Heeft de Hema zich schuldig gemaakt aan slaafse nabootsing door tulpvormige bakjes te verkopen die een zekere gelijkenis vertonen met sfeerlichthouders die een Amsterdamse groothandel op de markt heeft gebracht? Als je kijkt naar de afbeeldingen van de bakjes zou je aan het uiterlijk ervan geneigd zijn al snel aan te nemen, dat de Hema buiten zijn boekje is gegaan.

Wat zegt de rechter die zich hierover moest buigen? Die beschrijft eerst de sfeerlichthouders van de groothandel. Ze zijn gemaakt van ongeglazuurd porcelein, spierwit van buiten en met een contrasterende kleur van binnen. Ze laten licht door dat met name effect heeft als er kaarsjes in worden gebrand. De bakjes van de Hema zijn van glanzend metaal, ook spierwit van buiten en ook met een contrasterende kleeur aan de binnenkant. Veel gelijkenis dus. Het grote (en belangrijke) verschil is, dat het metaal anders dan het porcelein van de groothandel (natuurlijk) geen licht doorlaat. Bij de verdere vergelijking stelt de rechter vast dat de bakjes van de Hema anders dan die van de Groothandel onbreekbaar ogen. Daarbij zijn de bakjes van de Hema lager en weider dan de sfeerlichthouders. Daardoor zijn ze ook geschikt voor b.v. borrelnootjes. De sfeerlichthouders lenen zich daar door hun vorm en breekbaarheid helemaal niet voor. Kortom: de gemiddelde consument zal niet snel denken dat als hij een bakje van de Hema in handen heeft, te maken heeft met de sfeerlichthouder van de Groothandel. De Hema kan rustig verder borrelen.