Koop breekt huur in crisistijd

Het lijkt de media ontgaan, maar een aantal weken geleden deed de kantonrechter in Eindhoven een uitspraak die ik zelf toch wel ‘baanbrekend’ vind voor het huurrecht in Nederland.

 

Het ging om een huursituatie die de laatste jaren in Nederland veel voorkomt. Een familie die haar huis sinds 2009 niet kon verkopen, had het noodgedwongen maar verhuurd. Steeds voor een jaar. Inmiddels had de derde huurder het pand betrokken. De huurtermijn was opnieuw op een jaar gesteld, en zou aflopen op 30 april jongstleden.

 

De familie die het pand verhuurde, had echter geen ‘diplomatenclausule’ toegevoegd aan het huurcontract (wat wel zo zuiver was) en verhuurde het evenmin op basis van de leegstandwet. In beide gevallen zou de tijdelijkheid van de huurovereenkomst onomstreden zijn geweest.

 

Het huis stond al zo’n drie jaar te koop, toen zich in oktober 2012 plotseling een koper meldde. De partijen kwamen tot overeenstemming, maar de verhurende familie diende het huurcontract met de huurder keurig uit. Pas per 1 mei 2013 zou het pand overgaan naar de nieuwe eigenaar. De huurder werd maanden van tevoren ingelicht.

 

Toch weigerde de huurder te vertrekken. Hij deed een beroep op huurbescherming. De familie mocht hem er niet zo maar ‘uitgooien’ per 1 mei, contract of geen contract.

 

Hoewel de huurder zich in mijn ogen onredelijk opstelde, had hij tot voor kort waarschijnlijk gelijk gekregen van de rechter. Geen verwijzing naar de leegstandwet, geen diplomatenclausule: dan had je als verhuurder van tijdelijke huurruimte doorgaans geen poot om op te staan.

 

Tot mijn vreugde oordeelde de Eindhovense kantonrechter anders. Mensen verhuren in deze crisistijd hun huis doorgaans om heel andere redenen dan vóór 2008. En de huurder wist dat het huis nog steeds te koop stond en de huur dus echt tijdelijk was zoals in het geval je een vakantiehuisje huurt. Daarom moest hij er gewoon uit van de rechter, ondanks het strenge huurrecht in Nederland.

 

Net als de recente uitspraak van de Amsterdamse rechter Rullmann waarin een executieveiling van een woning door een bank verboden werd, geeft ook deze uitspraak aan hoe het vastgoedrecht en het huurrecht veranderen onder druk van deze crisis. Ik vind het positieve ontwikkelingen.

 

Jung Nam Heeringa is partner van Croon Davidovich Advocaten te Amsterdam en gespecialiseerd in vastgoedrecht en huurrecht

 

 

 

 

Reacties

Teunis van de PQol - 13-06-2013

Gelukkig oordeelt de rechterlijke macht niet altijd naar de letter van de wet maar, zoals het eigenlijk hoort volgens mij, naar geest van de tijd. Bravo