Huurbescherming: geen garantie meer

Ik lees net in het laatste nummer van Tijdschrift voor Huurrecht dat het Hof Arnhem onlangs heeft beslist dat een huurovereenkomst voor bepaalde tijd tussen twee ex-geliefden als noodoplossing kon worden aangemerkt. Dat gebeurt natuurlijk wel vaker. De ene partner is eigenaar van een woning en nadat het uit gaat komt de andere partner op straat te staan. Kennelijk was de man in dit geval bereid tijdelijk te vertrekken en de woning aan zijn ex te verhuren totdat zij haar zaakjes op orde had. Het feit dat afgesproken was dat de ex-vrouw geen aanspraak zou maken op huurbescherming en de woning onmiddellijk en zonder vergoeding zou moeten ontruimen in bepaalde gevallen benadrukken het tijdelijke en informele karakter van de huurovereenkomst. Het ging uiteindelijk in deze zaak om iets anders dan ontruiming maar de formulering van het Hof over het tijdelijke karakter van de woning is van belang.

 

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de keiharde bescherming die huurders doorgaans in ons land genieten aan het afbrokkelen is. Verschillende rechters hebben – met wisselende argumentatie – in het afgelopen jaar geoordeeld dat er sprake was van rechtsgeldige tijdelijke verhuur. Huurders die in het verleden met een gerust hart een beroep deden op huurbescherming worden nu op straat gezet. Wat opvalt – ook in de uitspraak van Hof Arnhem – is dat het belangrijker wordt om heel goed te omschrijven waaróm er tijdelijk wordt verhuurd.

 

Zoals ik al eerder heb aangegeven; dit vind ik een zeer goede ontwikkeling. En echt niet alleen omdat ik me bezig hou met het opstellen van huurovereenkomsten.