Gerechtshof staat gebruik van beelden verborgen camera toe

Het slachtoffer was niet gediend van de methoden van Stegeman. Zij spande een kort geding aan. De voorzieningenrechter concludeerde dat het gebruik van de beelden van de verborgen camera te veel inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van mijn cliënte. Stegeman ging in appel. Het hof deelde het oordeel van de voorzieningenrechter niet. Het hof heeft bepaald dat Alberto Stegeman de beelden van de verborgen camera mag  gebruiken, mits de stem van mijn cliënte zodanig vervormd is dat deze onherkenbaar is.
 
Het gerechtshof stelt dat Stegeman op grond van de interviews die hij had gehouden en de documenten die hij had gezien mocht menen dat er sprake was van een misstand. Het gebruik van de verborgen camera werd daarom toegestaan, omdat er volgens het hof geen andere middelen beschikbaar waren om nadere opheldering te verkrijgen over de misstand. Voor het hof is het niet van belang of er daadwerkelijk een misstand is.
 
De undercover-journalistiek is dus weer gered. Journalisten mogen dus infiltreren en geheime opnamen maken als zij menen een misstand op het spoor te zijn. Op die manier kunnen zij als “public watchdog” fungeren en kunnen zij zaken oppakken die het openbaar ministerie laat liggen. Heel goed, zou je zeggen. Misdadigers moeten aangepakt worden.
 
Maar ik maak mij hier toch wel een beetje zorgen over. Bij undercover-journalistiek infiltreert vaak een burger onder valse voorwendselen in de persoonlijke levenssfeer van een ander. Vervolgens gaat deze burger opnamen maken waar de ander niets van weet. Deze persoon is er niet van op de hoogte dat hij gecontroleerd wordt. Hij waant zich vrij en onbespied, zoals dat zo mooi heet. In deze situatie vergaart de undercover-journalist belastend materiaal. Het levert vaak onthullende televisie op. De geportreteerde valt door de mand door de beelden, althans dat beweren de undercover-journalisten. Zij gaan er kennelijk vanuit dat mensen altijd de waarheid spreken als zij zich onbespied wanen. De ervaringen in het strafrecht zijn anders. Bekentenissen die ontlokt zijn door een infiltrant blijken vaak vals te zijn.
 
Het infiltreren, het maken van geheime opnamen en het uitvoeren van een pseudo-koop maakt een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Mensen die hier slachtoffer van zijn geworden vertrouwen in de regel niemand meer. Zij zijn altijd op de hoede en houden er altijd rekening mee dat ze afgeluisterd worden. Er zijn talrijke verhalen bekend van mensen die in de voormalige DDR leefden en door de Stasi gevolgd werden. De Stasi maakte geheime opnamen en bekenden werden ingezet voor het vergaren van informatie.
 
Vanwege deze verregaande inbreuk en omdat Nederland geen DDR-achtige staat wil zijn, staat de Nederlandse wetgever alleen onder strikte voorwaarden toe dat de politie gebruik maakt van infiltratie, geheime opnamen en pseudo-koop. Agenten mogen deze instrumenten alleen inzetten na toestemming van de rechter-commissaris en alleen als er sprake is van een ernstig misdrijf. Al deze waarborgen zijn er om de privacy te beschermen en te voorkomen dat opsporingsambtenaren te lichtvaardig deze instrumenten inzetten en onnodig schade berokkenen bij de slachtoffers.
 
De burger kan er daarom op vertrouwen dat de politie in principe hem niet afluistert en infiltreert in zijn persoonlijke omgeving – zolang er niet een redelijk vermoeden is van een ernstig misdrijf. De burger kan er echter niet op vertrouwen dat journalisten dit niet doen. Een journalist mag namelijk infiltreren als hij dat nodig vindt om een misstand aan te kaarten. Aan die misstand worden geen (zware) eisen gesteld. In de Partij voor de Vrijheid was enige tijd geleden ook een journaliste onder valse voorwendselen geïnfiltreerd.
 
Het was mooi geweest als het hof de zaak van de paardenverzorgster tegen Stegeman had aangegrepen om de regels voor het infiltreren en het gebruik van de verborgen camera nauwkeuriger te bepalen en meer in lijn te brengen met de eisen van het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft dat jammer genoeg niet gedaan, ondanks dat ik ter zitting hier vurig voor gepleit had.
 
Het blijft daardoor onzeker wanneer dergelijke verstrekkende instrumenten ingezet mogen worden door journalisten. Het kan je dus zomaar gebeuren dat je afgeluisterd wordt door een journalist en dat je jezelf ineens terug ziet op T.V.  En dat allemaal vanwege de vrijheid van meningsuiting. De privacy heeft er wel onder te lijden. Afluisteren van staatswege mag niet meer, geen Stasi-praktijken dus. Maar moeten we nu bang worden voor journalisten? Nee toch.
 
Lees hier het arrest