Der Macher Ruud Lubbers en de sexual harassementcase

... en komt er meeweg (nb het VVD-lid Boekesteijn trad er om af, een Boekestijntje werd dat genoemd; een pathologische kletskous was hij volgens Ferry Mingelen). De Koning van het Binnenhof terug van weggeweest, zonder spleetje tussen de tanden, maar met dezelfde indrukwekkende baardgroei. Wie had dat verwacht?

Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar deze persconferentie (via realplayer; echt de moeite waard om even te bekijken)

Ruud demonstreert hier hoe hij via een "friendly gesture" zijn assistente, mevrouw Bzrak, zijn kamer op de VN Headquarters te Geneve naar de uitgang had geleid. Als een gentleman vond hijzelf. Met de vrouw van Kofi Annan zou hij het hetzelfde aangepakt hebben: “I must admit when I would meet Mrs. Annan, who was always a good friend. If she was visiting me, probably I would lead her out of the room the same way I did. But I am very cautious now with women I don't know. But her, I know, and I will continue to be the gentleman I was”, aldus Lubbers in dezelfde persconferentie. (deze opmerking schijnt bij Kofi volkomen in het verkeerde keelgat geschoten te zijn; blijf met je fikken van mijn vrouw!)

Mevrouw Bzrak vond het allemaal helemaal geen 'friendly gesture', maar ‘sexual harassement’. Ouwe koeien? geenszins! Mevrouw Brzak heeft het Supreme Court gevraagd Ruuds diplomatieke immuniteit op te heffen, zodat zij in Amerika een juridische procedure kan starten tegen der Macher. Het Supreme Court doet na de zomer uitspraak zeg maar nadat Ruuds informatieopdracht erop zit.

Een friendly gesture of sexual harassement. Wie zal het zeggen. Lubbers vond zich een gentleman toen hij Bzrak naar de uitgang leidde. Bzrak meent dat Lubbers haar bij haar heupen had gepakt en haar gevraagd had naar zijn hotel te komen, omdat hij ‘lonely’ was. Hoe een Amerikaanse rechter hier tegenaan kijkt is mij onbekend en wat daar precies is gebeurd, daar zal ik ook wel nooit achter komen.

Enige tijd geleden stond ik echter een cliënt bij die weliswaar geen hoge commissaris van de vluchtelingen was en ook niet bij de VN werkte, maar die wel ongeveer hetzelfde was overkomen als Lubbers. Hij werkte in de spoelkeuken bij een vleesverwerkingsbedrijf en hij had zich hartelijk, joviaal gedragen tegen één van de medewerkers. Te hartelijk vond deze medewerker. Ze voelde zich seksueel geïntimideerd. Het bewijs daarvoor bestond uit haar eigen verklaring en uit een verklaring van iemand die mevrouw had gezien nadat mijn cliënt in haar zaal was geweest. Hij had haar overstuur gezien. De werkgever concludeerde dat mijn cliënt zich onfatsoenlijk had gedragen en ontsloeg hem op staande voet. Het UWV oordeelde vervolgens dat mijn cliënt verwijtbaar werkloos was en kende hem geen WW-uitkering toe. De gemeente deelde het oordeel van het UWV en kende mijn cliënt een bijstandsuitkering toe, maar wel met een korting omdat mijn cliënt verwijtbaar werkloos was. En en passant werd er ook nog aangifte tegen hem gedaan. Voorzover ik weet heeft een en ander niet tot een huwelijkscrisis geleid. Dat had ook nog gekund.

Mijn cliënt was zich van geen kwaad bewust. De Hoge Raad oordeelde vorig jaar dat bij de beoordeling van of er sprake is van seksuele intimidatie naast de vanzelfsprekende “alle omstandigheden van het geval” cruciaal is de intentie van de pleger. Mijn cliënt had naar eigen zeggen geen enkele seksuele intentie. Tegen mij zei hij: “ik heb een leuke vrouw, waarom zou ik?”. De kantonrechter vernietigde het ontslag op staande voet. In de gelijklopende ontbindingsprocedure ontbond dezelfde kantonrechter wel de arbeidsovereenkomst, zonder toekenning van een vergoeding. Er was dan weliswaar geen sprake van seksuele intimidatie, maar wel van intimidatie, aldus de kantonrechter. Cliënt had het allemaal aan zichzelf te wijten. Voor een vergoeding was geen plaats.

Wat nu? In het ene geval oordeelde de kantonrechter dat er voor de werkgever geen reden was cliënt te ontslaan op staande voet. Maar in het andere geval vond hij het gedrag van mijn cliënt weer zo ernstig dat ondanks het lange dienstverband van cliënt er geen vergoeding toegekend hoefde te worden. Tegen deze laatste uispraak was geen hoger beroep mogelijk.

Het lijkt wel een Lubberiaanse politieke oplossing. Zou hij even ‘meegedacht’ hebben met de kantonrechter?

Geachte heer Lubbers, ter voorbereiding op de sexual harassementcase kan ik u de volgende uitspraken aanraden. Ik wil ook wel even met u meedenken.

Vonnis ontslag op staande voet

Beschikking ontbindingsprocedure

Reacties

maria van der linde - 31-07-2010

wat een prikkelend stukje!