Geen auteursrecht op Endstra-tapes

De erfgenamen van wijlen Willem Endstra hadden een verbodsactie ingesteld tegen de auteur van het boek ‘De Endstra-tapes‘. Volgens de erfgenamen was er een inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Endstra. De transcripties van de ‘achterbankgesprekken‘ die Endstra voor zijn dood voerde met de recherche zijn namelijk integraal in het boek openbaar gemaakt. Volgens het hof is er evenwel geen sprake van enige auteursrechtinbreuk. Waarom niet?

 

Omdat de transcripties nauwelijks leesbaar zijn, aldus het hof. 'Dit komt doordat de door Endstra uitgesproken tekst, net als in de meeste gewone gesprekken, uit een eindeloze reeks onafgemaakte, slecht lopende en ronduit kromme zinnen bestaat.' Volgens het gerechtshof kan daarop onmogelijk een auteursrecht rusten.

 

Naar mijn mening is dit een juist oordeel van het hof. Er is immers geen sprake van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst. Laat staan dat dit werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van Endstra draagt. Zoals wij juristen dan zeggen, is er niet voldaan aan het ‘werk-begrip‘ en bestaat er zodoende geen auteursrecht.

 

Voordat men een vordering instelt op basis van het auteursrecht moet men zich dus altijd eerst de vraag stellen of er eigenlijk wel sprake is van een auteursrecht. Pas als het bestaan van het auteursrecht vaststaat, wordt vervolgens namelijk aan de vraag toegekomen of er sprake is van een auteursrechtinbreuk.