Fancy flames auteursrechtelijk beschermd?

door: Kees Berendsen

 

Jaren geleden werd ik door een bekende Nederlandse kunstenaar om advies gevraagd over de vraag of er inbreuk was gemaakt op zijn auteursrecht op een door hem vervaardigd kunstwerk. Het kunstwerk bestond in een videoband waarop 45 minuten lang een brandend haarvuur was te zien met een licht knapperend geluid op de achtergrond. Deze vorm van kunst (videokunst) was in die tijd baanbrekend. De kunstenaar trof tientallen jaren later in een uitverkoopbak van een benzinestation langs de snelweg een videoband met brandend haardvuur aan. Leuk voor de winteravond en de videobanden gingen grif over de toonbank.

 

De kunstenaar, die wel een graantje wilde meepikken, vroeg mij of daarmee inbreuk werd gemaakt op zijn werk. Ik heb hem negatief geadviseerd. Auteursrecht bestaat in beginsel op het uiterlijk van een werk en er moet – wil er sprake zijn van een ongeoorloofde verveelvoudiging – een ander werk zijn dat in grote mate gelijkenis vertoont met het oorspronkelijke werk. En dat deed het niet; ik heb een avond voor twee hete vuren gezeten en zag twee geheel verschillende haardvuren. Het idee om haardvuur als een zelfstandig werk op een videoband op te nemen is niet beschermd. De kunstenaar was niet blij met mijn advies en een rechtszaak is het niet geworden.

Ik stuitte onlangs op een vonnis (Vzr. Rechtbank Groningen 24 september 2010, B9 9120) dat niet het haardvuur betrof, maar wel de vuurkorf waarin het vuur diende te branden. De producent Esschert bracht onder de naam ‘Fancy flames’ een model vuurkorf op de markt die naar zijn mening werd nagemaakt door gedaagde S&S. De producent ging in juridische zin voor twee ankers liggen: inbreuk op auteursrecht en - als zijn vuurkorf auteursrecht mocht ontberen - ‘ongeoorloofde nabootsing’. De advocaat van Esschert had kennelijk de bui al zien hangen. Was de vuurkorf wel een auteursrechtelijk beschermd werk? Daarvoor is het nodig dat deze zou voldoen aan de eis dat het een voldoende oorspronkelijk karakter zou hebben en het persoonlijk stempel van de maker zou dragen. De rechter vond dat daar allemaal geen sprake van was. Het ding had gewoon 4 rechte wanden, was zwart en had ventilerende gaten, allemaal zaken vond hij die inherent waren aan een dergelijk product. Om de transportkosten te drukken werd de korf in losse platen plat verpakt. Ook al geen vrije ontwerperskeus. De kenmerkende vormgevingselementen vloeiden – vond de rechter - in overwegende mate dwingend voort uit de technische vereisten die aan de vuurkorf worden gesteld.

Had de rechter wel gelijk? Mijn inziens is het heel wel mogelijk om met alle door de rechter gesignaleerde technische aspecten, een ontwerp voor een vuurkorf te vervaardigen die er desondanks anders uitziet dan de vuurkorf ‘Fancy flames’. Met andere woorden er was naar mijn mening voldoende vrije ontwerpruimte binnen de dwingend technische marges om te rechtvaardigen dat de vuurkorf wel degelijk auteursrechtelijke bescherming toekomt. Ook het andere anker waarvoor Esschert Design was gaan liggen ‘hield’ niet. De rechter wilde niet zonder meer aannemen dat de gelijkenis tussen beide ontwerpen berustte op ontlening, dus op overname van juist het product van Esschert. Een zorgvuldig oordeel over de gestelde slaafse nabootsing vergde volgens het vonnis een grondiger onderzoek naar de rest van de markt, het zogenaamde ‘Umfeld’. Een kort geding bood daarvoor onvoldoende ruimte vond de rechter. Daarin had hij wel gelijk in, maar ik geef Esschert in een bodemprocedure ook op dit punt een goede kans; er zijn voldoende vuurkorfen op de markt die laten zien dat je een vuurkorf op verschillende manieren kunt ontwerpen. De gelijkenis van deze twee vuurkorfen is met andere woorden geen toeval. Overigens bewijst deze zaak maar weer eens het belang van modeldepot!