Buitengerechtelijke incassokosten

Sinds de invoering van de 'Wet normering buitengerechtelijke incassokosten' op 15 april 2012 is er veel ophef over de hoogte van incassokosten. Dit terwijl de hoogte van de incassokosten voorheen ook al min of meer vast lag, omdat rechters hiervoor altijd aansluiting zochten bij het zogenoemde 'Rapport Voorwerk II' en incassobureaus en deurwaarders hier doorgaans ook aansluiting bij zochten. De tarieven komen zelfs min of meer overeen.

 

Waar vroeger werd gewerkt met een staffel, wordt nu gewerkt met vaste percentages. Deze percentages zijn te vinden in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Wel zo duidelijk.

 

Een ander groot verschil is dat er nu eerst moet worden aangemaand en een termijn moet worden gegeven van veertien dagen om alsnog de vordering te voldoen. In de aanmaning moet er tevens op worden gewezen dat er incassokosten in rekening zullen worden gebracht als niet binnen deze termijn wordt betaald. Wordt er niet (tijdig) betaald, dan zijn de incassokosten verschuldigd. Ook heel duidelijk.

 

Zakelijke partijen kunnen afspraken maken die afwijken van de nieuwe wet. Die kunnen dus ook hogere of lagere incassokosten overeenkomen middels bijvoorbeeld hun algemene voorwaarden. Voor consumententransacties is het verboden om hogere incassokosten te hanteren. Lagere incassokosten mogen in consumentenzaken natuurlijk wel worden overeengekomen. De hoogte van de incassokosten kan overigens niet meer worden gematigd door de rechter.

 

Veel ophef om niets dus. Het enige wezenlijke verschil is dat er nu een duidelijke wet is die voorschrijft wanneer, hoe en hoeveel buitengrechtelijke kosten in rekening mogen worden gebracht.